Biograaf
| Definitie | Auteur die de levensgeschiedenis van een specifiek persoon vastlegt. |
| Discipline | Onderdeel van de geschiedschrijving en literatuurwetenschap. |
| Onderzoeksobject | De gebiografeerde (levend of overleden). |
| Primaire bronnen | Egodocumenten zoals dagboeken, brieven, memoires en archiefstukken. |
| Secundaire bronnen | Eerdere publicaties, getuigenissen van derden en contextuele literatuur. |
| Methodiek | Heuristiek, bronnenkritiek, verificatie en synthese. |
| Output | Biografie, monografie of levensbeschrijving. |
| Ethiek | Balans tussen privacyrechten en de plicht tot waarheidsvinding. |
Typen biografieën
- Geautoriseerd: Geschreven met toestemming en medewerking van het onderwerp.
- Ongeautoriseerd: Onafhankelijk onderzoek zonder formele goedkeuring van de betrokkene.
- Hagiografie: Idealiserende beschrijving, vaak toegepast bij heiligen of leiders.
- Intellectuele biografie: Focus op de ontwikkeling van het denken en werk.
Kernvaardigheden
- Archiefonderzoek: Systematisch ontsluiten van historische documentatie.
- Interviewtechniek: Afnemen van diepte-interviews met tijdgenoten (oral history).
- Tekstuele analyse: Interpreteren van persoonlijke correspondentie en manuscripten.
- Narratieve structuur: Feiten ordenen in een chronologische of thematische lijn.
Juridische kaders
- Auteursrecht: Rechten op ongepubliceerde brieven en privédocumenten.
- Portretrecht: Regels omtrent het gebruik van beeldmateriaal.
- Laster en smaad: Juridische grenzen bij het publiceren van belastende feiten.
Zie ook
- autobiografie
- memoires
- historiografie
- archivistiek
- oral history
- prosopografie